Arbo rechtspraak


Arbo rechtspraak gepubliceerd door ActUmail.nl

Rechtbank Leeuwarden 31 augustus 2001, Sector bestuursrecht: disciplinaire strafontslag wegens plichtsverzuim door het trappen en slaan van collega’s alsmede het geven van tongzoenen is disproportioneel.

Rechtbank Utrecht, kort geding 2 augustus 2001, aangeklaagde werknemer aanzetten tot ontslag. De werkgever heeft in de week dat er een vermoeden van seksueel misbruik ontstaat aangeklaagde aangezet om zelf ontslag te nemen. Vervolgens gebruikt werkgever de bereidheid als vorm van schuldbekentenis. Arbo-arts geeft onjuiste vertrouwelijke informatie door aan werkgever. Artikel 3:35, 3:44 en 7:677 Burgerlijk Wetboek

Hoge Raad 27 april 2001 NJB 2001, 97 videobewijs tegen werknemer: Arbeidsrecht: Ontslag op staande voet. Voor het antwoord op de vraag op de vraag of een ontslag op staande voet al dan niet onverwijld is gegeven, beslissend is het tijdstip waarop de dringende reden tot dat ontslag ter kennis is gekomen van degene die bevoegd was het ontslag te verlenen. Video-opname (verborgen camera bij kassa) vormt geen ongeoorloofde inbreuk op artikel 8 EVRM aangezien er een concreet vermoeden bestond dat een van de werknemers zich schuldig maakte aan strafbare feiten, welk vermoeden zonder verborgen camera niet zou kunnen worden vastgesteld.

Hoge Raad 13 april 2001 NJB 2001, 82: Sociaal plan in CAO Arbeidsrecht: Onder omstandigheden kan onder ‘arbeidsvoorwaarden’ bij een CAO ook een afvloeiingsregeling in het kader van een met de vakbonden overeengekomen sociaal plan worden verstaan. In ieder geval zijn partijen onderling gebonden aan een dergelijk sociaal plan. Van een sociaal plan slechts worden afgeweken voorzover strikte handhaving jegens de werknemer kennelijk onredelijk is.

Hoge Raad 6 april 2001 NJB 2001, 76 (p.814) oordeel bedrijfsvereniging: Een werknemer achtte zichzelf niet ongeschikt om het eigen werk te verrichten. Hij verklaarde zich daartoe ook bereid. In dat geval behoort een achteraf gebleken onjuistheid van het oordeel van de GMD ten aanzien van de arbeidsongeschiktheid voor rekening te komen van de werkgever. Dus de werkgever moet het loon gewoon doorbetalen. Deze regel geldt ook indien de werknemer zijn visie op zijn geschiktheid op geen enkele wijze medisch heeft onderbouwd.

Kantonrechter Heerlen Jurisprudentie Arbeidsrecht 2000/255: “Verweerster (werkgever) had gedurende de ontwikkeling van dit conflict een zeer goede mogelijkheid om de zaken weer recht te trekken, namelijk toen door de Arbo-arts het voorstel is gedaan om mediationbureau Compaan te laten bemiddelen en naar een oplossing te zoeken. Dit is door verweerster afgewezen, waardoor haar toegerekend kan worden dat zij het conflict vanaf dat moment bewust heeft laten oplopen.”
Kantonrechter Gouda 21 december 2000, Praktijkgids 2001, 5607 Geen seksuele intimidatie.

Rechtbank Alkmaar 26 oktober 2000 Rechtspraak Nemesis 2001, 1280: verbod tot internet-stalking middels homepage. Communicatieverbod waaronder mede begrepen email- en internetverkeer.

Hoge Raad civiele kamer, 30 september 2000, ontslag wegens alcoholgebruik. De Hoge Raad heeft op 30 september 2000 gedaan over het ontslag in verband met alcoholgebruik. In de eerste zaak over een werknemer van Nutricia beslist de Hoge Raad dat alcoholverslaving een dringende reden kan zijn voor ontslag op staande voet. Hoewel het de vraag is of een verslaving verweten kan worden aan de werknemer is wel een reden tot ontslag. In de tweede zaak over een werknemer van de ING besluit de Hoge Raad dat een werknemer die zich tijdens zijn ziekmelding stelselmatig onttrekt aan de controle door een bedrijfsarts ontslagen kan worden hoewel hij in de ziektewet zit.

Hof van Justitie Europese gemeenschap 26 september 2000, Nederlandse Jurisprudentie NJ 2000, 135: Sociale politiek / mannelijke en vrouwelijke werknemers / toegang tot arbeidsproces en arbeidsvoorwaarden / gelijke behandeling / ontslagvoorwaarden.

Kantonrechter Groningen 13 september 2000 en 2 oktober 2000, NJ 2001, 27: Reïntegratieplan: ondanks het aanvankelijk ontbreken van een reïntegratieplan is er geen sprake van niet-ontvankelijkheid voor het toetsen daarvan. De toegang tot de rechter is door de werkgever onaanvaardbaar belemmerd.

Hoge Raad 23 juni 2000 Uitkeringsrisico voor werkgever: Rechtbank heeft de vraag of de werknemer de overeengekomen arbeid niet heeft verricht door oorzaak die in redelijkheid voor rekening van de werkgever behoort te komen als bedoeld in artikel 7:628 BW terecht bevestigend beantwoord. Betoog dat niet bij de werkgever mag worden gelegd het risico dat achteraf onjuist blijkt te zijn het oordeel van de verzekeringsgeneeskundige dat de werknemer ongeschikt is voor het eigen werk, kan in zijn algemeenheid niet als juist worden aanvaard wanneer het gaat om een werknemer die, zichzelf niet ongeschikt achtend, zich bereid verklaart zijn werk te verrichten en die achteraf blijkt inderdaad niet ongeschikt te zijn geweest. De mogelijkheid voor de werknemer het gederfd loon te verhalen op de Bedrijfsvereniging is niet een relevante omstandigheid voor de beantwoording van de vraag in wiens sfeer het loonbetalingsrisico valt.

Kantonrechter Haarlem, 16 juni 2000, JAR 2000/170, Privé internetgebruik tijdens werktijd voor porno.
President Rechtbank Breda 25 april 2000 Kort Geding 2000, 119, Rookverbod: De president van de rechtbank Breda heeft de vordering tot een algemeen rookverbod op de werkplek bij de PTT toegewezen. Tevens is aangegeven dat de werkgever zorg moet dragen voor een afgesloten rookruimte voor haar medewerkers.

President Rechtbank Haarlem 7 april 2000, KG 2000, 239  Arbeidsrecht: Opzegging voordat werk is verricht is wanprestatie. Opzegging arbeidsovereenkomst door werkgever tijdens de proeftijd voordat de werkzaamheden feitelijk zijn begonnen is een rechtsgeldige opzegging. De redenen zijn gelegen in interne situatie van het bedrijf. Wel is sprake van wanprestatie jegens de werknemer en derhalve bestaat er recht op schadevergoeding.

Hoge Raad 31 maart 2000, rek.nr. R99/105HR; JOL 2000, 189, artikel 15, 21, 36 WOR, Benadelingverbod : Artikel 21 Wet op de Ondernemingsraden (WOR) heeft ten doel waarborgen te geven voor een onafhankelijk optreden van de leden van de ondernemingsraad en voor de leden van commissies van die raad en van degenen die kandidaat zijn gesteld voor het lidmaatschap. Artikel 21 WOR beschermt deze personen in hun rechtspositie in de onderneming. In deze zaak is werkneemster in de gelegenheid gesteld een aanzienlijk deel van haar werktijd aan medezeggenschapswerk te besteden. Het feit dat ze nu te weinig tijd overhoudt om in de onderneming die werkzaamheden te doen die ze bij voorkeur verricht, is NIET een benadeling in haar positie. De werkgever hoeft de werktijd van werkneemster niet uit te breiden. Een belanghebbende kan, na eerst de “Bedrijfscommissie” te hebben verzocht te bemiddelen, de Kantonrechter verzoeken een partij op te dragen gevolg te geven aan de bepalingen van de Wet op de Ondernemingsraden. Indien een Kantonrechter op grond van artikel 36 WOR bepaalt dat de ondernemer gevolg dient te geven aan zijn verplichting om een werkneemster niet te benadelen, dient de rechter ook vast te stellen wat de verplichting inhoudt. De Kantonrechter kan volstaan met het uitspreken van een verklaring voor recht, mits deze blijft binnen de grenzen van artikel 21 WOR en zich beperkt tot de vaststelling van de rechtsverhouding in geschil tussen de partijen.

Hoge Raad 21 januari 2000, NJ 2000, 190 Dringende reden: Afweging van de persoonlijke omstandigheden van de werknemer tegen de aard en ernst van de dringende reden. Noodzakelijk is de onverwijlde kennisgeving bij ontslag op staande voet.
ARBO- KLACHTRECHT: Rechtspraak over zorgvuldige klachtprocedures. De rechter (veelal de Kantonrechter) zal zich een oordeel vormen over de werkwijze van de werkgever nadat een klacht intern is ingediend. Kernbegrip is de zorgvuldige procedure. Daarbinnen moet in ieder geval het principe van hoor en wederhoor in acht zijn genomen.

Kantonrechter Zutphen 14 december 1999, Praktijkgids 2000, 5431, Arbeidsrecht: Het afzeggen van een mondeling gesloten arbeidsovereenkomst vóór de ingangsdatum, om reden van een beter betaalde baan elders, is misbruik van de bevoegdheid om op te zeggen in de proeftijd. Dit vormt echter geen aanleiding tot toewijzing van schadevergoeding aan werkgever.
Kantonrechter Maastricht 9 september 1999, RN 2000, 1243: Ontslag op staande voet niet gerechtvaardigd ondanks seksuele intimidatie.

Kantonrechter Leiden 28 juli 1999 Prg 2001, 5621 Arbeidsrecht: Werknemer niet-ontvankelijk in 685-verzoek jegens vervreemder van bedrijfsonderdeel, omdat de mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden ná de overgang en ontbinding met terugwerkende kracht niet mogelijk is / aangezien werknemer – via e-mail – ondubbelzinnig te kennen heeft gegeven afstand te doen van bescherming van 7:633 BW is werknemer ook jegens verkrijger niet-ontvankelijk.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s